Oude botresten tonen onverwacht grote rol onechte karetschildpad

· - leestijd 6 minuten
Afbeelding
Foto: americanoceans.org

WILLEMSTAD – Mensen op Curaçao en Bonaire vingen en gebruikten eeuwen geleden minstens drie soorten zeeschildpadden. Vooral het grote aandeel onechte karetschildpadden valt op. Deze soort wordt in vergelijkbaar archeologisch onderzoek elders in het Caribisch gebied nauwelijks aangetroffen. Dat blijkt uit een nieuwe studie naar oude botresten uit Curaçaose en Bonairiaanse opgravingen.


Onderzoekers analyseerden 87 sterk beschadigde botfragmenten uit archeologische collecties. Daarvan konden er 37 als zeeschildpad worden herkend. Bij 25 fragmenten kon ook de soort worden bepaald: dertien waren van groene zeeschildpadden, tien van onechte karetschildpadden en twee van karetschildpadden. Bewijs voor de lederschildpad werd niet gevonden.

De studie is in juli gepubliceerd in het wetenschappelijke tijdschrift Journal of Archaeological Science: Reports. De botten zijn afkomstig uit collecties van de Curaçaose erfgoedorganisatie NAAM en uit archeologische vindplaatsen op Curaçao en Bonaire.

De resultaten geven nieuwe informatie over de soorten die vroeger rond de eilanden voorkwamen en de manier waarop de oorspronkelijke bewoners met zeeschildpadden omgingen. De onderzoekers waarschuwen wel dat de steekproef te klein is om definitieve conclusies te trekken over de omvang van vroegere populaties.

Evolutionaire afsplitsingstijden van nog levende zeeschildpadsoorten, uitgedrukt in miljoenen jaren geleden, gebaseerd op moleculaire gegevens. De vertakkingslijnen en afbeeldingen zijn niet op schaal.

Veel onechte karetschildpadden

Het relatief grote aandeel onechte karetschildpadden – internationaal bekend als loggerheads – is de belangrijkste nieuwe bevinding.

Van de 25 botten die op soortniveau konden worden geïdentificeerd, waren er tien van deze soort. Dat is 40 procent. Op Curaçao ging het om acht van de achttien geïdentificeerde exemplaren en op Bonaire om twee van de zeven.

Zo’n hoog aandeel is volgens de onderzoekers niet eerder gevonden bij archeologisch schildpaddenonderzoek met dezelfde analysemethode in het Caribisch gebied. Bij studies in onder meer Florida, de Amerikaanse Maagdeneilanden, Turks en Caicos, Carriacou en Nicaragua werden nauwelijks of geen onechte karetschildpadden aangetroffen.

De uitkomst is ook opvallend omdat moderne waarnemingen erop wijzen dat deze schildpad tegenwoordig rond Curaçao en Bonaire minder algemeen is dan de groene zeeschildpad.

Mogelijk waren onechte karetschildpadden vroeger talrijker. Het kan ook zijn dat mensen ze relatief vaak vingen, bijvoorbeeld omdat de dieren in ondiep water kwamen en daardoor goed zichtbaar waren.

De verhouding in een archeologische vindplaats hoeft echter niet gelijk te zijn aan de werkelijke verhouding in de natuur. Welke dieren in een afvalhoop terechtkomen, hangt ook af van bereikbaarheid, vangstmethoden en menselijke voorkeuren.

Eiwit bepaalt de soort

De identificatie was mogelijk dankzij ZooMS, een techniek waarmee de eiwitstructuur in botmateriaal wordt onderzocht. Iedere diersoort heeft een kenmerkende moleculaire vingerafdruk.

Dat is bij zeeschildpadden van belang. De skeletten van verschillende soorten lijken sterk op elkaar en archeologische botten zijn vaak in kleine stukken gebroken. Zonder moleculaire analyse kunnen zulke resten meestal alleen als ‘zeeschildpad’ worden geregistreerd.

Van de 87 onderzochte fragmenten leverden er vijftig onvoldoende bruikbaar eiwit op. Vooral in de oudste botten was het materiaal door tropische omstandigheden en bodemprocessen te sterk afgebroken.

De vindplaatsen bestrijken samen een periode van ongeveer 2310 voor Christus tot de negentiende eeuw. De geslaagde identificaties waarmee het gebruik van afzonderlijke soorten werd aangetoond, dateren hoofdzakelijk uit de periode tussen ongeveer 1040 en 1765.

De studie bewijst dus niet dat alle drie de soorten al vanaf 2310 voor Christus in het onderzochte materiaal aanwezig waren. Bij de oudste fragmenten kon de soort niet meer worden vastgesteld.

Duizenden jaren gebruik

De relatie tussen mensen en zeeschildpadden rond Curaçao en Bonaire gaat wel veel verder terug.

Bij Salina Sint Marie, de oudste bekende archeologische vindplaats op Curaçao, zijn schildpadbotten gevonden uit het vierde millennium voor Christus. Ook bij Rooi Rincon werden grote hoeveelheden oudere resten aangetroffen.

Veel botten kwamen uit afvalhopen. Dat wijst erop dat schildpadden werden gegeten. De dieren kunnen op het strand, tijdens het nestelen of in ondiep water zijn gevangen.

Geografische ligging met huidige nestplaatsen van zeeschildpadden en belangrijke zeegrasvelden en mangrovegebieden. De gekleurde cirkels op de kaarten van Curaçao en Bonaire geven aan welke soorten tegenwoordig bij de nestplaatsen zijn waargenomen.

Zeeschildpadden hadden mogelijk ook een sociale of symbolische betekenis. Op Bonaire is bij de vindplaats Wanapa een aardewerken versiering in de vorm van een schildpaddenkop gevonden.

De vondsten vertellen niet precies hoe de oorspronkelijke bewoners over de dieren dachten. Ze maken wel duidelijk dat zeeschildpadden al duizenden jaren deel uitmaken van het voedsel, het kustlandschap en mogelijk ook de cultuur van de eilanden.

Groene zeeschildpad meest gevonden

De groene zeeschildpad is met dertien identificaties de meest voorkomende soort in het materiaal.

Dat kan samenhangen met de leefwijze van het dier. Groene zeeschildpadden eten veel zeegras en verblijven daardoor geregeld in ondiepe kustwateren. Daar waren ze voor jagers beter zichtbaar en bereikbaar dan soorten die vooral op open zee leven.

Historische documenten uit het Caribisch gebied laten bovendien zien dat het vlees van de groene zeeschildpad bijzonder werd gewaardeerd. Tijdens de koloniale periode werd het op grote schaal gegeten en verhandeld.

Dat betekent niet automatisch dat de oorspronkelijke bewoners dezelfde smaakvoorkeur hadden als Europese kolonisten. De resten kunnen bovendien afkomstig zijn van dieren die voor hun vlees, botten of schild werden gebruikt.

Waarschijnlijk werd de aanwezigheid van een soort in de archeologische vindplaatsen bepaald door een combinatie van natuurlijke talrijkheid, bereikbaarheid en menselijke voorkeur.

Andere soorten minder aangetroffen

Slechts twee fragmenten waren afkomstig van karetschildpadden, hoewel Curaçao en Bonaire geschikt voedsel- en broedgebied voor deze soort hebben.

Karetschildpadden zijn mogelijk minder vaak gevangen omdat zij zich tussen riffen en mangroven bewegen en moeilijker zichtbaar zijn. Ook smaak of voedselveiligheid kan een rol hebben gespeeld. Het eten van karetschildpadvlees kan onder bepaalde omstandigheden ernstige vergiftiging veroorzaken.

Representatieve voorbeelden van de aangetroffen specimens tijdens de bemonstering van de bestaande zoöarcheologische collecties van NAAM

Of de oorspronkelijke bewoners dat risico kenden en de soort daarom meden, kan niet uit de botten worden afgeleid. Vanaf de koloniale periode werd de karetschildpad juist intensief bejaagd vanwege zijn kostbare schild.

De lederschildpad werd helemaal niet geïdentificeerd. Deze soort leeft vooral op open zee en komt voornamelijk naar de kust om eieren te leggen. Daardoor waren ontmoetingen met jagers waarschijnlijk minder frequent. Ook werd het vlees volgens historische beschrijvingen weinig gewaardeerd.

Dat karetschildpadden weinig en lederschildpadden niet zijn gevonden, bewijst niet dat zij vroeger niet rond de eilanden voorkwamen. Afwezigheid in een kleine archeologische steekproef is geen bewijs voor afwezigheid in het ecosysteem.

Koloniale jacht op grotere schaal

Hoewel de oorspronkelijke bewoners al duizenden jaren schildpadden gebruikten, veranderde de omvang van de exploitatie tijdens de koloniale periode.

Historische documenten beschrijven grootschalige vangst, verkoop en uitvoer. Groene zeeschildpadden waren vooral gewild om hun vlees en karetschildpadden om hun schild.

Volgens de studie werden tijdens de commerciële jacht in het Caribisch gebied jaarlijks tienduizenden dieren gedood. De onderzoekers verwijzen naar eerdere regionale schattingen dat de populaties van groene zeeschildpadden en karetschildpadden sinds de komst van Europeanen met meer dan 99 procent zijn afgenomen.

De archeologische gegevens wijzen op langdurig gebruik vóór de Europese kolonisatie. De latere commerciële handel had waarschijnlijk een buitenproportioneel aandeel in de uiteindelijke instorting van de populaties.

Verband met karkó

De onverwachte aanwezigheid van veel onechte karetschildpadden kan ook iets vertellen over veranderingen in het mariene ecosysteem. De dieren eten onder meer grote schelpdieren, waaronder koninginnenschelpen, op Curaçao bekend als karkó.

Als onechte karetschildpadden vroeger talrijker waren, kan hun latere afname mede samenhangen met de overbevissing van karkó en ander voedsel. De onderzoekers presenteren dit nadrukkelijk als een mogelijkheid die verder moet worden onderzocht.

Het verband is ook relevant voor natuurherstel. Bescherming van schildpadden en herstelprogramma’s voor karkó kunnen niet volledig los van elkaar worden gezien. Meer schildpadden betekent immers ook meer natuurlijke predatie op schelpdieren.

Natuurbeheer moet daarom rekening houden met de relaties tussen soorten en niet alleen met afzonderlijke populaties.

Ouder referentiepunt

Moderne natuurbescherming is meestal gebaseerd op tellingen uit de afgelopen tientallen jaren. Daardoor bestaat het risico dat een al sterk verarmde natuur als normale uitgangssituatie wordt beschouwd.

Archeologische gegevens kunnen een ouder referentiepunt bieden. Ze laten zien welke soorten vóór de grootschalige commerciële visserij rond de eilanden voorkwamen en met welke dieren mensen in contact kwamen.

De onderzoekers adviseren meer ZooMS-onderzoek, betere dateringen en analyse van oud DNA. Daarmee kan mogelijk worden vastgesteld of schildpadden die eeuwen geleden rond Curaçao en Bonaire leefden tot dezelfde broedpopulaties behoorden als de dieren die er tegenwoordig komen.

Dat kan van belang zijn bij besluiten over kustbebouwing, neststranden, vaarverkeer, mangroven en zeegrasvelden. Als een broedpopulatie een bepaald gebied al eeuwen gebruikt, versterkt dat het belang van langdurige bescherming.

Curaçaose collecties

De studie is uitgevoerd door onderzoekers van Simon Fraser University, de University of British Columbia en het Max Planck Institute for Evolutionary Anthropology. Ook de op Curaçao gevestigde onderzoeker Claudia Kraan werkte eraan mee.

Het botmateriaal komt uit de collecties van National Archaeological Anthropological Memory Management, NAAM. Amy Victorina van NAAM ondersteunde het onderzoek. Sea Turtle Conservation Curaçao leverde ecologische kennis via Ard Vreugdenhil.

De studie toont daarmee ook de wetenschappelijke waarde van bestaande Curaçaose archeologische collecties. Botfragmenten die eerder niet verder konden worden geïdentificeerd, kunnen met nieuwe technieken alsnog informatie geven over het vroegere leven rond de eilanden.


258 keer gelezen

Deel dit artikel: